Dyscalculie, cijfers zijn de boosdoeners
Niet iedereen leert even makkelijk rekenen. Sommige kinderen raken van een simpel sommetje in de war, kunnen geen cijfers uit elkaar houden en hebben geen idee hoeveel wisselgeld ze terug moeten krijgen. Zij zijn niet dom, maar hebben last van een rekenstoornis. ‘Ik snap niet wat ik fout doe.’
Over dyscalculie is vrij weinig bekend, terwijl het volgens onderzoek toch net zo vaak voorkomt als dyslexie.
Zo’n 5 procent van de Nederlanders heeft moeite met cijfers. Dit heeft negatieve gevolgen voor het tellen, rekenen, klok kijken, met geld omgaan, het indelen van tijd en zelfs het aanhouden van de juiste snelheid in een auto.
,,Het is heel moeilijk als je niet kunt rekenen,’’ zegt psycholoog Tom Braams, gespecialiseerd in dyslexie en dyscalculie. ,,Toch werd het lange tijd niet als prioriteit gezien. Naar dyslexie is veel meer onderzoek gedaan. Op school krijgen kinderen met een leesstoornis extra aandacht en langer de tijd voor toetsen. Bij dyscalculie is dat lang niet overal het geval. Dat zou wel moeten, want de problemen en gevolgen zijn net zo groot.’’
Op de kleuterleeftijd doen zich de eerste tekenen van een rekenstoornis voor. Daarna uit het zich als kinderen in groep 3 op hun vingers blijven tellen, tafels niet onthouden, bepaalde getallen als 21 en 12 blijven verwarren en niet vlot kunnen tellen. Kinderen met dyscalculie hebben daardoor moeite het tempo op school bij te benen.
Myrthe Wilbrink (11) uit Apeldoorn heeft rekenproblemen en moeite met spellen. Vorig jaar werd duidelijk dat ze zowel dyscalculie als dyslexie heeft. Zelfs met eenvoudige sommen heeft ze moeite.
,,Ik snapte niet wat ik fout deed,’’ zegt Myrthe. ,,Sommen maken lukte mij niet en ook met spelling maakte ik veel fouten. Ik snapte er niks van. Toen ik erachter kwam wat ik heb, was ik wel blij. Ik was tenminste niet dom. Ik kan er ook niks aan doen dat het moeilijker gaat.’’
Wilbrink kent de tafels niet uit haar hoofd en maakt vaak gebruik van hulpmiddelen. Ze heeft vellen met de tafels tot en met vijftien, krijgt meer tijd bij repetities en gebruikt soms een rekenmachine.
Daarnaast krijgt ze elke week bijles speciaal gericht op haar reken- en leesstoornis. Ze gaat vooruit. ,,Ik oefen veel thuis en word geholpen waardoor ik dingen beter snap. Maar ik heb vaak niet door dat het fout gaat. Dan schrijf ik iets op en zeggen anderen dat het niet klopt.
Ook klok kijken is soms lastig. Dan denk ik dat het 5 over 3 is, terwijl het al een uur later is. Andere kinderen pesten me niet, maar vinden me zielig. Dat hoeft niet. Ik ben als ieder ander, alleen kan ik niet goed spellen en rekenen.’’
Het boek Kinderen met dyscalculie dat onlangs verscheen, kan een hulpmiddel zijn bij het rekenen. Braams schreef het samen met Annemie Desoete, orthopedagoog en docent aan de universiteit van Gent.
Braams: ,,Het heeft totaal geen zin twee keer zoveel huiswerk mee te geven. Deze kinderen zijn namelijk niet dom, ze zien het gewoon niet. Getallen zeggen ze weinig. Het getal 29 ligt dan dichter bij 21 dan 31, vanwege de 2 die overeenkomt. Schrijf je de 3 groter dan de 5, dan denken ze dat 3 groter is.’’
Desoete vult aan: ,,Met iets meer tijd, inzicht en gebruik van hulpmiddelen gaat het beter. Ze doen sommen weliswaar nooit op de automatische piloot, maar kunnen wel meer inzicht krijgen. Elke dag kort trainen en uitleggen waarom dingen zijn zoals ze zijn, helpt. Al gaat deze stoornis nooit helemaal over.
Zo heeft een vrouw die is afgestudeerd aan de universiteit nog steeds veel moeite om in de winkel korting te berekenen. Als het druk is, wordt ze onzeker en kan ze niet meer logisch nadenken. Voelt ze zich op haar gemak en neemt ze de tijd, dan redt ze het wel, op inzicht.’’
Volgens Braams komt bij veel kinderen met dyscalculie faalangst voor. Dat beïnvloedt ook het rekenen. ,,Veel kinderen worden steeds onzekerder. Ze komen niet mee en kruipen in hun schulp. Ze durven niet meer te rekenen.
Het is belangrijk om er eerst voor te zorgen dat deze kinderen een beter beeld van zichzelf krijgen. Dat ze begrijpen dat ze niet dom zijn, maar een stoornis hebben waar ze aan kunnen werken. Met oefeningen, tijd en meer inzicht moeten ze rekenen uiteindelijk weer leuk gaan vinden.’’
DYSCALCULIE
Onderzoekers van de Universiteit Maastricht en het University College Londen (UCL) ontdekten vorig jaar welk gebied in de hersenen verantwoordelijk is voor een bepaalde vorm van dyscalculie.
De oorzaak blijkt te schuilen in het gebied aan de rechterbovenkant van ons hoofd, oftewel de ‘rechter pariëtaal kwab. Ook de linkerhersenhelft en andere delen van de hersenen spelen een rol om vlot om te kunnen gaan met getallen.
Annemie Desoete: ,,Dit onderzoek was een half jaar geleden veel in het nieuws. Er is aangetoond dat dyscalculie geen mythe is, maar wel degelijk bestaat. Toch is over de oorzaak nog veel onduidelijk. Er zijn meerdere verschijningsvormen van dyscalculie en daarom ook verschillende verklaringsmodellen.
Bij sommige soorten kan een erfelijke factor een rol spelen, mede omdat bekend is dat dyscalculie vaak bij meerdere personen in een familie voorkomt. Ook problemen met het kortetermijngeheugen kunnen de oorzaak zijn. Zo raken kinderen met een rekenstoornis de draad kwijt tijdens het maken van een som. Ze onthouden het stappenplan van optellen, aftrekken en onthouden niet.
De oorzaak kan ook liggen bij het langetermijngeheugen. Eenvoudige sommen die andere kinderen uit hun hoofd kennen, moeten zij telkens opnieuw helemaal uitrekenen. Ze kunnen dat niet uit hun geheugen oproepen. De oorzaak wordt ook nog gezocht in een taalstoornis, visueel ruimtelijk probleem of in het niet snel kunnen overzien van kleine hoeveelheden. Er is dus nog voldoende reden voor onderzoek naar dyscalculie.
Bron: Algemeen Dagblad/Diagnose
U kunt op dit artikel reageren als u ingelogd bent
Stuur dit artikel naar iemand:
Dit artikel is geplaatst door Margot Stoker op 07/06/2008. Het is tot nu toe 554 keer gelezen.